Meetinstructie Rolgordijnen

Meetinstructies: In het kozijn (In de dag)


Stap 1: breedte

Meet de totale breedte van het raam in het kozijn,, en haal hier 1 cm vanaf.

Door 1 cm van de totale breedte af te halen, zorgt u ervoor dat het rolgordijn niet strak tegen de zijkanten van het kozijn aan komt. Hierdoor hangt het gordijn 5 mm vrij aan beide zijden.

LET OP!

De stof breedte is altijd 3,5 cm smaller dan de totale breedte/bestel breedte.

TIP!

Meet altijd boven, midden en onder en noteer de smalste maat, zo past het gordijn altijd.

Houd rekening met eventuele uitstekende delen zoals raamhendels etc.


Stap 2: hoogte

Meet de totale hoogte in het kozijn, dit is ook de hoogte die u invoert.

TIP!

Meet altijd links, midden en rechts en noteer de smalste maat. Meet twee keer om vergissingen te voorkomen.


Meetinstructies: Op het kozijn (Op de dag)

Stap 1: breedte

Meet de totale breedte van het raam op het kozijn, en tel hier 10* centimeter bij op.

*U kunt ook zelf bepalen hoeveel overlap u wilt aan weerskanten van het raam. Let wel: als u aan beide kanten van het raam 5 cm overlap wilt, telt u dus in totaal 10 cm op bij de breedte.

LET OP!

De stofbreedte is altijd 3,5 cm smaller dan de totale breedte/bestel breedte.


Stap 2: hoogte

Situeer waar uw rolgordijn moet komen op de muur, meet tot de vensterbank of grond.

TIP!

Meet altijd links, midden en rechts en noteer de smalste maat. Meet twee keer om vergissingen te voorkomen.


Extra tips
  • Houd rekening met uitstekende delen (raamhendels, -grepen of deurknoppen) en eventueel met nog te leggen vloerbedekking.

Vragen? Neem contact op
Heeft u een situatie waar u over twijfelt? Mail dan een foto van de situatie naar info@voordeelgordijnen.nl
  • Gordijnen vangen dagelijks stof, kookvetten en geuren op. Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur en houdt de kleuren helder.

    Dagelijks & wekelijks onderhoud

    • Schud gordijnen dagelijks licht uit om losse stofdeeltjes te verwijderen.
    • Stofzuig wekelijks op de laagste stand met een zachte borstelkop, van boven naar beneden.
    • Beweeg gordijnen regelmatig open en dicht om kreukvorming te voorkomen.

    Wassen & reiniging

    • Controleer altijd het wasetiket vóór het wassen — veel gordijnen zijn 30°C of koud wasbaar.
    • Gebruik een fijn wasprogramma of het handwasprogramma met een mild wasmiddel.
    • Verwijder haken, ringen en gordijnhaken vóór het wassen om beschadiging te voorkomen.
    • Was gordijnen los van andere was om kleurbloeding en knoopvorming te vermijden.
    • Hang gordijnen direct na het wassen terug aan de rail terwijl ze nog licht vochtig zijn — de zwaartekracht trekt de kreukels eruit.
    • Strijk indien nodig op lage temperatuur via een droog doek (niet direct op de stof).

    Vlekken verwijderen

    • Behandel vlekken zo snel mogelijk — dep de vlek van buiten naar binnen (niet wrijven).
    • Gebruik een mild zeepsopje of een vlekverwijderaar geschikt voor het gordijnmateriaal.
    • Test vlekverwijderaars altijd eerst op een onzichtbaar stukje stof.

    LET OP: Gordijnen met een speciale coating (bijv. 100% lichtdicht) zijn alleen chemisch te reinigen (stomerij). Breng het dan naar een professionele reiniger.

  • Jaloezieën (horizontale lamellen) zijn stofvangers bij uitstek. Regelmatig reinigen voorkomt ophoping en houdt ze er als nieuw uitzien.

    Wekelijkse reiniging

    • Sluit de lamellen en stofzuig ze licht af met een zachte borstelkop.
    • Veeg de lamellen vervolgens af met een vochtige microvezeldoek of een jaloezieduster.
    • Draai de lamellen om en herhaal de reiniging aan de andere zijde.

    Extra aandachtspunten

    • Vermijd overmatige kracht bij het draaien van de lamellen — het draaimechanisme is gevoelig.
    • Trek het ophaalkoord altijd recht omhoog; schuin trekken slijt de koord sneller.
    • Vervang verkleurde of beschadigde lamellen — losse lamellen zijn eenvoudig te verwisselen.
  • Plisségordijnen hebben een unieke honinggraad die extra aandacht vraagt bij het reinigen.

    Regulier onderhoud

    • Stofzuig het gordijn maandelijks op de laagste zuigkracht met een zachte borstelkop — werk langs de vouwen.
    • Veeg bij zichtbaar vuil voorzichtig met een licht vochtig doekje langs de vouwen.

    Bediening en mechanisme

    • Trek de touwtjes altijd recht omhoog of omlaag — nooit schuin.
    • Verwijder bij vastlopen het gordijn en controleer op geklemde koorden.
    • Knoopjes in de koorden kun je lostrekken met een naald.
  • Reinigen van het doek

    • Stofzuig het doek maandelijks licht op de laagste stand met een zachte borstelkop.
    • Veeg het doek af met een licht vochtige microvezeldoek bij oppervlaktevervuiling.
    • Gebruik bij hardnekkige vlekken een verdunde oplossing van warm water en mild zeepvloeistof.
    • Wrijf nooit hard over het doek, dit kan coating of vezels beschadigen.
    • Laat het doek volledig drogen vóór het oprollen.

    Mechanisme en ketting

    • Reinig de ketting of het trekkoord maandelijks met een vochtig doekje.
    • Controleer of de ketting niet verdraaid of vastgelopen is.

    Let op: Verduisterende (blackout) rolgordijnen hebben een speciale coating aan de achterzijde. Gebruik hiervoor nooit agressieve reinigingsmiddelen — deze tasten de coating aan.

  • Vouwgordijnen combineren de sfeer van een gordijn met de functionaliteit van een rolgordijn. De stof en het montagesysteem vragen elk apart aandacht.

    Stof reinigen

    • Controleer het wasetiket — veel vouwgordijnstoffers zijn 30°C wasbaar op fijnwasprogramma.
    • Verwijder altijd de latten uit de horizontale latzakken vóór het wassen.
    • Verwijder ook de ringen en koorden vóór reiniging om beschadiging te voorkomen.
    • Hang het gordijn licht vochtig terug of strijk het op lage temperatuur vanuit de achterzijde.

    Montagesysteem

    • Controleer de bevestigingsklittenband of railsysteem jaarlijks.
    • Klit klittenband terug schoon met een stijve borstel bij ophoping van pluizen.
    • Controleer de koordklem of veiligheidsclip op correcte werking (veiligheid bij kinderen!).

    VEILIGHEID: Zorg dat koorden van vouwgordijnen altijd buiten bereik van kinderen en huisdieren zijn. Gebruik een koordopberger.

  • Dakraamrolgordijnen werken in een speciale omgeving: hogere temperaturen, direct zonlicht en soms condens. Dit vraagt om gerichte zorg.

    Reiniging van het doek

    • Reinig het doek twee keer per jaar met een zachte borstel of vochtige doek.
    • Gebruik uitsluitend lauw water met een milde zeepoplossing — geen oplosmiddelen of schuurmiddelen.
    • Veeg het doek in de richting van de vezels, nooit dwars erop.
    • Laat het doek volledig drogen vóór het oprollen — vocht in het doek veroorzaakt schimmel.

    Scharnier- en geleiderail reiniging

    • Reinig de zijgeleiders (de aluminium rails) met een droge doek van stof en condensresten.
    • Verwijder kalkaanslag (bij condenswater) met een milde kalkreiniger en spoel na met schoon water.
    • Smeer de geleiders licht met siliconenspray voor een soepele beweging — gebruik geen vette olie.
    • Controleer de vergrendelingshaakjes — ze moeten stevig klikken en loslaten.

    Controle en preventie

    • Inspecteer het doek jaarlijks op UV-schade: verkleuring, broosheid of rafeling.
    • Controleer de spanning van het terugrolovermechanisme — een te strak of te los doek wijst op mechanische slijtage.
    • Bij VELUX- of Fakro-gordijnen: gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen voor optimale pasvorm.
    • Ventileer de ruimte onder het dakraam goed om condens en schimmelvorming te minimaliseren.
  • Goed onderhouden gordijnrails bewegen soepel en gaan aanzienlijk langer mee.

    Reiniging

    • Verwijder gordijnen en glijders vóór de reiniging van de rail.
    • Veeg de binnenzijde van de rail schoon met een vochtig doekje of een kleine borstel.
    • Reinig glijders (lopers) afzonderlijk in warm water met een scheutje afwasmiddel.
    • Droog alle onderdelen volledig voordat u ze terugplaatst.

    Controleer en herstel

    • Controleer bevestigingspunten aan het plafond of de muur jaarlijks op loszitten.
    • Vervang gesleten of gebroken glijders direct om schade aan de rail te voorkomen.
    • Controleer eindstops — zijn ze aanwezig en stevig bevestigd?